De 50/30/20-regel: werkt die voor stellen in Nederland?
Vijftig procent voor vaste lasten, dertig voor leuke dingen, twintig voor sparen. De 50/30/20-regel is populair omdat hij simpel is, maar past hij bij Nederlandse woonlasten en bij twee inkomens? Wat de regel goed doet, waar hij wringt en hoe je hem aanpast.
De 50/30/20-regel is de bekendste vuistregel voor een begroting: van je netto inkomen gaat 50 procent naar wat je nodig hebt (wonen, energie, verzekeringen, boodschappen, vervoer), 30 procent naar wat je wilt (uit eten, kleding, vakantie, abonnementen) en 20 procent naar sparen en aflossen. Eén zin, drie getallen, klaar. Maar werkt hij ook als je in Nederland woont en het met z'n tweeën doet?
Waarom de regel zo goed werkt
Het sterke van 50/30/20 is niet de precieze verdeling, maar twee dingen die eronder liggen:
- Sparen staat vooraan. De 20 procent is geen restpost; je maakt hem de dag na je salaris over. Wat er daarna over is, mag op.
- Het onderscheid tussen nodig en willen. Die vraag alleen al ("is dit een nodig-uitgave of een wil-uitgave?") maakt mensen bewuster dan welke spreadsheet ook.
Als je nog nooit een begroting hebt gemaakt, is de regel een prima begin. Reken één keer uit waar je nu zit en je weet meteen of je structureel te veel aan vaste lasten kwijt bent of te weinig spaart.
Waar hij wringt in Nederland
De woonlasten. De regel komt uit de Verenigde Staten. Wie in een Nederlandse stad huurt of recent een huis heeft gekocht, komt met wonen, energie en zorgverzekering alleen al vaak boven de 50 procent uit, zeker met één inkomen. Dan is de regel geen hulpmiddel maar een schuldgevoel.
De zorgverzekering en de toeslagen. Een vaste premie die iedereen betaalt plus toeslagen die daar weer tegenover staan: dat past slecht in nodig of willen. Tel toeslagen bij je inkomen en de premie bij je vaste lasten, anders klopt de verhouding niet.
Vakantiegeld. Netto maandinkomen in Nederland is zonder vakantiegeld; dat komt in mei. Reken je met het maandbedrag, dan is de 30 procent voor leuke dingen krapper dan de regel suggereert, en is het vakantiegeld de post waar de vakantie echt van wordt betaald.
Twee inkomens. De regel gaat uit van één portemonnee. Bij stellen is de vraag niet alleen hoeveel gaat naar wonen, maar ook wie betaalt wat. Daar zegt 50/30/20 niets over.
Hoe je de regel aanpast voor twee
Zie de drie percentages als een richting, niet als een norm, en reken ze per persoon uit na de verdeling van de gezamenlijke lasten:
- Verdeel eerst de gezamenlijke lasten. Bepaal wat gezamenlijk is en kies een sleutel: 50/50 of naar rato van inkomen. Ieder krijgt daarmee een eigen aandeel in de gezamenlijke lasten.
- Reken per persoon. Eigen netto inkomen, min eigen aandeel in de gezamenlijke lasten, min eigen vaste lasten (telefoon, zorgpremie, sportschool). Dat is de "nodig"-categorie. Is die boven de 50 procent? Dan weet je dat de ruimte voor sparen en leuke dingen bij deze persoon kleiner is, en dat is een argument om de sleutel naar rato te zetten.
- Spaar per persoon én samen. De 20 procent kan deels naar een gezamenlijke buffer en spaardoelen, deels naar eigen spaargeld. Zolang ieder iets voor zichzelf spaart, blijven jullie allebei zelfstandig.
- De 30 procent is van ieder zelf. Wat je na nodig en sparen overhoudt, geef je uit zonder verantwoording. Dat is de afspraak die de meeste discussies voorkomt.
Een voorbeeld
Twee partners, netto € 2.850 en € 2.000 per maand, gezamenlijke lasten € 2.400, verdeeld naar rato (59/41).
| Partner A | Partner B | |
|---|---|---|
| Netto inkomen | € 2.850 | € 2.000 |
| Aandeel gezamenlijke lasten | € 1.409 | € 991 |
| Eigen vaste lasten | € 310 | € 260 |
| Nodig | 60 % | 63 % |
| Sparen (20 %) | € 570 | € 400 |
| Vrij te besteden | € 561 (20 %) | € 349 (17 %) |
Allebei boven de 50 procent nodig, allebei onder de 30 procent vrij. Niet omdat ze het fout doen, maar omdat de woonlasten in Nederland zijn wat ze zijn. Het nut van de regel is hier niet het halen van de percentages, maar het gesprek dat erop volgt: willen we minder sparen, de woonlasten verlagen, of accepteren we dit voor nu?
Wat je ervan overhoudt
Gebruik 50/30/20 als thermometer, niet als recept. Kijk per persoon waar je zit, bespreek het verschil tussen jullie twee en kies bewust. En maak van de 20 procent sparen in elk geval een vast bedrag dat als eerste de deur uit gaat; dat is het deel van de regel dat overal werkt.
In WoFin zie je de verdeling vanzelf: per persoon inkomsten, lasten (inclusief het aandeel in de gezamenlijke) en sparen, met bovenaan wat je vrij te besteden hebt. De percentages hoef je niet uit te rekenen; de bedragen staan er al.
Lees ook
Meer artikelen
-
Een dag minder werken: wat kost het echt per maand?
Een dag minder werken klinkt als twintig procent minder salaris, maar netto is het meestal minder, en in je begroting vaak weer meer. Zo reken je het eerlijk door: salaris, toeslagen, pensioen, kinderopvang en de verdeling met je partner.
-
Zorgverzekering overstappen: in oktober voorbereiden, in november kiezen
Half november maken de verzekeraars hun premies bekend en dan is het rennen. Wie in oktober alvast het eigen zorggebruik en de aanvullende dekking op een rij zet, kiest in november in een half uur. Met de kalender, de valkuilen en wat jullie als stel afspreken.
-
Je energietermijnbedrag voor de winter: te laag, te hoog of precies goed?
Het termijnbedrag voor energie is een schatting, en in de herfst blijkt vaak of die klopt. Zo controleer je in een kwartier of je genoeg betaalt, wat je doet als het te laag of te hoog is, en hoe je de jaarafrekening als stel zonder verrassingen opvangt.
Samen begroten, zonder spreadsheet en zonder bankkoppeling
WoFin is gratis. Je vult zelf in wat er binnenkomt en uitgaat; alleen jij en je partner zien jullie cijfers.