Een dag minder werken: wat kost het echt per maand?
Een dag minder werken klinkt als twintig procent minder salaris, maar netto is het meestal minder, en in je begroting vaak weer meer. Zo reken je het eerlijk door: salaris, toeslagen, pensioen, kinderopvang en de verdeling met je partner.
Een dag minder werken is een van de meest gewenste en meest uitgestelde beslissingen in Nederlandse huishoudens. Je weet dat het geld kost, maar hoeveel precies? De meeste mensen gokken "twintig procent" en laten het daarbij. Dat getal is bijna altijd verkeerd, in twee richtingen tegelijk. Dit artikel loopt stap voor stap door wat er echt verandert, zodat je de keuze maakt op basis van jullie cijfers en niet op basis van een gevoel.
Stap 1: het bruto verschil is niet het netto verschil
Van vijf naar vier dagen is bruto twintig procent minder salaris. Netto scheelt het minder, omdat je over de bovenste euro's het meeste belasting betaalt. Wie nu rond een modaal salaris verdient, houdt van die laatste dag netto vaak maar zestig tot zeventig procent over. Een dag minder kost dan netto eerder dertien tot vijftien procent van je inkomen dan twintig. Dat is nog steeds flink, maar het is een ander gesprek.
Reken het precies uit met een bruto-nettoberekening voor je nieuwe deeltijdpercentage, of kijk op je loonstrook wat je nu netto overhoudt en wat een rekentool zegt voor tachtig procent. Vergeet vakantiegeld en een eventuele dertiende maand niet: die krimpen mee.
Stap 2: wat beweegt mee omhoog
Een lager inkomen heeft bijeffecten die het gat kleiner maken:
- Toeslagen. Kinderopvangtoeslag, zorgtoeslag, huurtoeslag en kindgebonden budget hangen af van jullie gezamenlijke inkomen. Een lager inkomen kan betekenen dat je er recht op krijgt of meer krijgt. Maak een proefberekening met je nieuwe inkomen en kijk ook wat de inkomensgrens doet; soms zit je er net boven en levert één dag minder verrassend veel toeslag op.
- Kinderopvang. Werk je een dag minder, dan heb je vaak ook een dag minder opvang nodig. Bij twee kinderen op de dagopvang kan dat netto honderden euro's per maand schelen. Dit is bij jonge gezinnen vaak de grootste post, en de reden dat een dag minder werken soms bijna budgetneutraal is.
- Reiskosten. Een dag minder reizen, en eventueel een goedkoper abonnement.
Stap 3: wat beweegt mee omlaag
En er zijn effecten die het gat groter maken, of pas later zichtbaar worden:
- Pensioenopbouw. Je bouwt over een lager salaris pensioen op. Over één dag minder gedurende tien jaar is het effect op je uitkering later beperkt, maar niet nul. Vraag je pensioenuitvoerder of kijk in het pensioenoverzicht wat het doet.
- Vakantiegeld, dertiende maand en bonus. Krimpen mee, zoals gezegd. In je begroting zie je dat pas in mei en december.
- Uitkeringen bij ziekte of werkloosheid. Die zijn gebaseerd op je laatstverdiende loon. Niet iets om je keuze op te baseren, wel iets om te weten.
- Hypotheek. Een bestaande hypotheek verandert niet. Maar wil je binnen een paar jaar verhuizen of oversluiten, dan rekent de bank met je nieuwe inkomen.
Stap 4: reken het door met je echte begroting
Nu komt het samen. Neem jullie huidige maandbegroting en pas aan: jouw netto inkomen omlaag, kinderopvang omlaag, toeslagen omhoog, reiskosten omlaag. Wat blijft er dan per maand over? Dat getal is het antwoord, niet de twintig procent waarmee je begon. Vaak komt er iets uit tussen de vijftig en driehonderd euro per maand minder te besteden; voor jonge gezinnen met opvangkosten soms bijna nul.
Zet dat bedrag naast wat je ervoor krijgt: een dag per week met je kind, voor je ouders, voor een studie, of simpelweg om bij te komen. Pas dan is het een eerlijke afweging.
Stap 5: en de verdeling met je partner?
Dit is de stap die vaak wordt vergeten, en die later de meeste wrijving geeft. Als jullie de gezamenlijke lasten naar rato van inkomen verdelen, verschuift de verdeling automatisch: wie minder gaat verdienen, draagt minder bij, en de partner meer. Dat is precies de bedoeling van naar rato, maar spreek het wel uit. Verdelen jullie 50/50, dan houdt degene die minder werkt na de gezamenlijke lasten misschien nog maar heel weinig over voor zichzelf, terwijl de ander niets merkt. Dan is dit het moment om de sleutel te herzien.
Spreek ook af wat er gebeurt met de gezamenlijke spaardoelen. Blijven jullie samen hetzelfde bedrag inleggen, of gaat de inleg omlaag? En van wie is de vrije dag eigenlijk: als die dag grotendeels in het huishouden en de kinderen gaat zitten, dan is dat werk voor jullie beiden, en voelt het logisch dat jullie de kosten ervan ook samen dragen.
Drie dingen die de overstap makkelijker maken
- Oefen een paar maanden. Maak het verschil in netto inkomen alvast elke maand over naar een spaarrekening en leef van wat er overblijft. Lukt dat zonder moeite, dan weet je het zeker. En je hebt meteen een extra buffer.
- Begin met een tijdelijke afspraak. Veel werkgevers willen meewerken aan een proefperiode van een half jaar of een jaar. Dan kun je terug als het financieel of praktisch niet past.
- Kijk naar het hele plaatje. Bij twee partners die allebei vier dagen werken, komt er vaak meer rust in huis dan bij een die vijf werkt en een die drie werkt, terwijl het inkomen gelijk is. Rekenen aan één persoon is maar de helft.
Zo helpt de app
Onder Meer · Wat als in WoFin kies je het sjabloon Minder werken en vul je het nieuwe inkomen in, met eventueel lagere opvangkosten en hogere toeslagen. Je echte begroting blijft staan; je ziet direct wat jullie dan per maand overhouden, samen en per persoon, en hoe de overmaakbedragen naar de gezamenlijke rekening verschuiven. Sla het scenario op, zet er een tweede naast (bijvoorbeeld: allebei een dag minder) en deel het met je partner, zodat jullie over dezelfde cijfers praten.
Lees ook
Meer artikelen
-
Zorgverzekering overstappen: in oktober voorbereiden, in november kiezen
Half november maken de verzekeraars hun premies bekend en dan is het rennen. Wie in oktober alvast het eigen zorggebruik en de aanvullende dekking op een rij zet, kiest in november in een half uur. Met de kalender, de valkuilen en wat jullie als stel afspreken.
-
Je energietermijnbedrag voor de winter: te laag, te hoog of precies goed?
Het termijnbedrag voor energie is een schatting, en in de herfst blijkt vaak of die klopt. Zo controleer je in een kwartier of je genoeg betaalt, wat je doet als het te laag of te hoog is, en hoe je de jaarafrekening als stel zonder verrassingen opvangt.
-
Wie heeft de boodschappen betaald? Voorschieten en verrekenen zonder gedoe
De een betaalt de boodschappen van de eigen rekening, de ander het cadeau voor een gezamenlijke vriend. Na een maand weet niemand meer wie wat tegoed heeft. Vijf afspraken waarmee voorschieten simpel blijft, en wat je juist níét moet verrekenen.
Samen begroten, zonder spreadsheet en zonder bankkoppeling
WoFin is gratis. Je vult zelf in wat er binnenkomt en uitgaat; alleen jij en je partner zien jullie cijfers.